News

Loevendie and Kyriakides at ASKO|Schönberg

On April 21 in the Concertgebouw Amsterdam ASKO|SCHONBERG ensemble with Nora Fischer (vocal) and Etienne Siebens (conductor) will present in the program Voices two impressive Donemus-works: Six Turkish Folk Poems by Theo Loevendie and The Arrest by Yannis Kyriakides…   

In Six Turkish Folk Poems, now a classic of the modern repertoire, the Dutch composer Theo Loevendie shows a great openness and playfulness and chose six worldly, direct and humorous texts for his mysterious songs.

The Arrest by Kyriakides, for ensemble, soundtrack and videotext, is based on a dream – more of a nightmare – by writer Georges Perec. This is published in the bundle La Boutique Obscure (The dark shop). The dream in which he is chased and picked up by the police refers to his Jewish history and the Jewish-Palestinian conflict, in which Perec occupies a pro-Palestinian position.

More info about the concert
Six Turkish Folk Poems
The Arrest

 

Canti d’inizio e fine
 – Maxim Shalygin and Maya Fridman

Cellist Maya Fridman, worked last season on various projects under the auspices of Gaudeamus. Composer Maxim Shalygin wrote the seven-part work ‘Canti d’inizio e fine’ for her. Technically demanding and thematically profound, with references to the Holocaust and the cycle of life and death….   

For over ten years, Shalygin has been occupied with a project for a lifetime: music for solo instruments, since the most concealed, intimate and deep things can only be expressed by a single instrument. One musician on the stage, who plays not really for the public, but more for himself is similar to a praying person. In each of his solo works Shalygin reaches an exalted state, giving the instrument a special voice.
For this kind of music work composer always looks forward to meet the musician with a capital M. Who obtains unique technical skills, possesses a wide scale of emotional palette, stoic work ethics, and ready to be challenged. The talent of Maya Fridman includes all the above mentioned components, and even more. She has a huge potential to implement the new ideas. She belongs to that number of musicians who were born to pave the way for the new music.
Last April, Fridman already played the first five parts in KuuB. In the fantastic acoustics of the MerkAz synagogue, Fridman now officially premieres all seven parts of the piece. In this emotional and intense work she not only gets the very best out of her cello, but also sings with great gusto.

More info about the concert
Maxim Shalygin at Donemus

Jaap van Zweden conducts world premiere Willem Jeths!

The Radio Filharmonisch Orkest will bring the world premiere of Willem Jeths – The Tell-Tale Heart at the Zaterdagmatinee, on April 14 at the Concertgebouw in Amsterdam. After his first opera Hôtel de Pékin (2008) Willem Jeths now writes a monodrama based on Edgar Allan Poe’s short story The Tell-Tale Heart (‘The Treacherous Heart’). A woman kills a man because she is disgusted by his pale blue vulture eye. Her guilt will be fatal. The visual and almost cinematic qualities of Poe’s literature are Jeths’ source of inspiration. It becomes a mini-opera full of suspense. Conductor: Jaap van Zweden; Soprano: Juliane Banse…   

Dutch text by Kasper van Kooten

Used with permission

Jeths schreef zijn opera op verzoek van de NTR ZaterdagMatinee als een companion piece bij Bartoks Hertog Blauwbaards burcht, met het doel de twee werken na elkaar uit te voeren. Hoe interessant het maken van zo’n pendant in thematisch en dramaturgisch opzicht ook is, het kostte enige tijd voordat Jeths op dit bijzondere verhaal stuitte. In zijn zoektocht door de wereldliteratuur zocht hij vooral naar geschikte monodrama’s. Monodrama’s zijn relatief korte stukken met slechts één (hoofd)karakter, en waarin in veel gevallen de wereld op een uiterst individuele, vaak onconventionele manier wordt waargenomen. Uiteindelijk kwam Jeths The Tell-Tale Heart (1843) op het spoor, een kort griezelverhaal van de negentiende-eeuwse Amerikaanse schrijver Edgar Allan Poe. In pakweg tweeduizend woorden schetst de verteller van dit verhaal in detail een door hem gepleegde moord, maar achter zijn beschrijving gaat een duistere, raadselachtige wereld schuil. De niet bij naam genoemde hoofdpersoon legt uit waarom en hoe hij de oude man die in zijn huis woonde na nachtenlange bespiedingen om het leven heeft gebracht. Hij heeft het lichaam verborgen, waarna drie politieagenten het huis komen onderzoeken. De verteller slaagt er lange tijd in de politie ervan te overtuigen dat er niets aan de hand is, totdat hij het hart van de overleden man weer hoort kloppen. Het kloppen wordt steeds luider, zo luid dat hij zich niet kan voorstellen dat de politieagenten het niet horen en uiteindelijk de moord bekent.

De context waarin het verhaal verteld wordt, blijft onduidelijk. Het zou een verhoor met een politieagent kunnen zijn, of een consult bij een psychiater. Ook de relatie tussen de verteller en de oude man blijft in het ongewisse. Vader en zoon? Heer en bediende? Zijn het misschien zelfs geliefden? De lezer komt het niet te weten. Bovendien blijft het motief van de moord wonderlijk. Haat of hebzucht hebben volgens de verteller geen rol gespeeld. Hij is bovenal geobsedeerd door het ‘gierenoog’ van de oude man, een met een vlies overdekt, angstaanjagend oog. In het verhaal staan deze obsessie en de duistere innerlijke belevingswereld van de verteller centraal, waardoor The Tell-Tale Heart bij uitstek een ‘monologue intérieur’ vormt.

Het verraderlijke hart

Teneinde deze innerlijke monoloog te vertalen naar een pakkende opera riep Jeths de hulp in van librettist Carel Alphenaar, wiens grote affiniteit met het werk van Poe blijkt uit zijn eerdere vertaling van The Raven (De raaf). Samen creëerden ze een libretto waarin het merendeel van Poe’s tekst letterlijk terugkeert. De belangrijkste wijziging ten opzichte van het origineel was Jeths’ besluit voor een vrouwelijke verteller te kiezen. Termen als ‘madman’ moesten daarom vervangen door het meer met vrouwelijke waanzin verbonden ‘lunatic’. De belangrijkste reden voor deze keuze is Jeths’ voorliefde voor de vrouwelijke stem. Tegelijkertijd werden de overeenkomsten met Bartóks Blauwbaard daarmee groter. Beide verhalen gaan nu over de confrontatie tussen een vrouw en een oudere man in een donkere ruimte, waarin de vrouw probeert meer over de man te weten te komen, licht in de duisternis te brengen, en dat met fatale gevolgen. In beide werken koestert de vrouw een opmerkelijke fascinatie voor deze angstaanjagende man. Toch ziet Jeths zijn stuk in veel opzichten ook als een omgekeerde variant van Bartóks opera. Hier is de vrouw immers de moordenaar en speelt de handeling zich af in één enkele ruimte, in plaats van de zeven verschillende kamers in Blauwbaards burcht.

De naam van de opera roept associaties met ‘vertellen’ op, maar ‘tell-tale’ betekent ‘verraderlijk’. ‘Het verraderlijke hart’ verwijst allereerst naar het hart van de oude man, dat geleidelijk een obsessie wordt voor de vrouw, iets dat haar zelfs na de moord blijft achtervolgen. Anderzijds lijkt het kloppende hart vooral een projectie van haar eigen angst en opwinding. Het is uiteindelijk haar eigen hart, haar eigen passie, die haar verraadt. Hetzelfde geldt voor haar verlangen de luisteraar ervan te overtuigen dat ze niet gek is, ervan te overtuigen dat haar daad in feite weloverwogen en logisch was. Enkele keren stapt ze kortstondig uit het verhaal om zich direct tot de toehoorder te richten, waarbij ze steevast zegt: ‘jullie denken vast dit, maar dat is niet zo. Ik ben niet gek, maar overgevoelig. Ik heb het niet in een opwelling gedaan, maar heel bewust!’ Juist door haar daad telkens te motiveren, door te onderbouwen waarom het geen krankzinnige stap was, benadrukt ze haar gekte, bekent ze haar schuld.

In stukken onder de grond

Gaandeweg dalen we dieper af in de krochten van haar ziel. Jeths’ muziek geeft uitdrukking aan de wisselende gemoedstoestanden van de vertelster, haar duistere en tedere momenten, het samengaan van opwinding en berekening, en uiteindelijk de toenemende gelaagdheid, de intensivering. Jeths kiest daarbij voor klanken met een veelal laatromantisch karakter, geïnspireerd door bijvoorbeeld Debussy en Bartók.

Een nachtelijk motief, teder en tegelijkertijd onheilspellend, klinkt in de openingsmaten; het is verbonden met de gevoelswereld van de vertelster. Een weinig later volgt een repeterend motief in een laag register: het is het kloppen van het verraderlijke hart. Wanneer de vertelster het woord ‘mad’, of over het oog van de oude man zingt, wordt de melodie steevast gekenmerkt door barokachtige fioritura’s, geornamenteerde melo­dieën die haar obsessie uitdrukken. Naarmate het verhaal vordert en opwinding bij de vrouw toeneemt, worden deze fioritura’s uitgebreider.

In zijn muziek bouwt Jeths de spanning op verschillende manieren op. Tijdens het bespieden van de oude man – voordat de vrouw toeslaat – klinkt de muziek bijna idyllisch, maar daaronder bevindt zich een laag van kille, meedogenloze berekening, die steeds intenser wordt. Vóór de fatale slag is de muziek korte tijd ambigu, wanneer de vrouw zowel de doodsangst van de man als haar eigen gevoelens bezingt. Omdat ze weet hoe het is om in doodsangst te verkeren, om af te moeten wachten, begrijpt ze de emoties van de inmiddels wakker geworden, doodsbange oude man in bed. Zij heeft zelf immers zeven lange nachten eindeloos moeten afwachten en dus uren en uren met haar moordzucht moeten kampen; iets dat onmenselijk moet zijn geweest. De relatieve harmonie tussen beiden maakt vlak voor de moord plaats voor een chromatische explosie, en de muziek blijft zeer opgewonden wanneer de vrouw het lijk in stukken zaagt en onder de vloer verstopt. Met het verbergen van het lijk, bij het ochtendgloren, klinkt de muziek plotseling opgeklaard, opgelucht en hoopvol. Maar vanaf het moment waarop de hartslag in het orkest terugkeert, wordt duidelijk hoe bedrieglijk die opluchting is. Uiteindelijk keert de muziek terug naar de sfeer van het begin. Het onderstreept hoezeer de vrouw gevangen zit in haar eigen, fatale obsessie.

 

Info about the concert
Willem Jeths at Donemus
Preview the score….

Max Knigge

Max Knigge (1984) started playing the violin at the age of eight, and switched to viola at seventeen. Max studied at the Conservatory of Amsterdam and the Royal Conservatory in The Hague. As an instrumentalist Max plays with orchestras and ensembles in the Netherlands, with focus on contemporary repertoire.

Besides viola, Max studied composing with Daan Manneke, Willem Jeths and Wim Henderickx in Amsterdam. His style is adventurous and based on resonance. If possible, he tries to create for each ensemble its own sound, in a narrow collaboration with the musicians.

His compositions are performed by a.o. Netherlands Chamber Orchestra, Nobuko Imai, Ensemble Ludwig, Amstel Quartet, Dudok Quartet, members of the Royal Concertgebouw Orchestra and Duo Hochscheid-Van Ruth. In 2006 Max won the first prize in the Ricciotti Arrangers Competition, in September 2007 Max was awarded the second prize of the NOG Young Composers Concours for his orchestral work Nazomer,

World premiere Wilbert Bulsink – Spelingen

At the request of ‘Orkest van het Oosten’ and Ed Spanjaard Wilbert Bulsink wrote a new composition. Bulsink (Doetinchem, 1983) is one of the most prominent composers of his generation and is also teaching composition at the ArteZ Conservatory in Zwolle…   

During the composition process for ‘Spelingen‘, Bulsink worked on new and unusual harp techniques in close collaboration with soloist Miriam Overlach. The title refers to differences in tuning and the interactions with new sounds.

Spelingen consists of four movements that smoothly merge into each other. In the first part, Bulsink worked on high overtones on low bass strings. During improvisations Miriam Overlach developed a special technique to bring these tones to sound. Bulsink mapped the tones and shaped them into a soft microtonal work with small differences in intonation, where the orchestra is challenged to play softer than soft to shadow the sounds of the harp.

The second part deals with high sounds that Miriam discovered by rubbing strings along a wet sponge. This raw sound is running out of hand by echoes from the orchestra and pedal-buzz answers from the harp. Part three is the result of a study method of many harpists: placing a cloth between the strings to train the timing of the fingers and to be able to hear the rhythms very precisely. These percussive harp sounds develop into a sizzling perpetuum mobile that gradually spreads over the entire orchestra and dances between the different players. The final part forms the surprising final by using ordinary harp sounds in which a complete range of harp techniques and the art of orchestration come together.

In parts two and four one can hear the German folk song‘Der Mond ist aufgegangen’, an evening song that tries to erase the fear of the dark night.

More info about the concerts

Preview the score for free at ISSUU

Three concerts with Herman Strategier

On April 11 the Wassenaar Vocaliter will perform the impressive Arnhemsche Psalm of Herman Strategier, written on the occasion of the 10 year anniversary of the liberation of Arnhem. And on April 15 and 22 the Einklang-Philharmonie will perform the Accordeon-Konzert with Julius Schepansky as soloist…   

During the 2nd world war wounded English soldiers asked to hear Psalm 91 (Vulgate 90). This was the starting point for Jan Engelman (1900-1972) for his story about the tragic events at the Battle of Arnhem in 1944. Engelman wrote the text of the Arnhemsche Psalm.

Herman Strategier (1912-1988) says: “The text of the Arnhemsche Psalm calls for music. Every composer would be privileged to write music on this lyrics “.

For Herman Strategier the commission by the city of Arnhem to compose a major work on the occasion of the 10th anniversary of the liberation of the city as very honorable. Strategier was very involved in the events of September 1944; he was evacuated with his family, as were many others, and had to leave everything. Strategier has always regarded the work as one of his best and most precious works. The text of Jan Engelman inspired him deeply. He was personally involved in the war in another way as well, which had a great impact on his composition: his only brother was arrested during the war and died close to the liberation day, in the Neuengamme camp.

The work consists of three parts, each of which is finished by the choir with four psalm verses. Between the psalm verses, the soloists tell about the events surrounding the liberation of the city. According to Strategier, the “Arnhemsche Psalm”, in which only occasional local situations are mentioned, could serve as an epic about the downfall of every city, anywhere in the world. And thus the Arnhem Psalm gets one universal character for every kind of memorial and liberation.

Donemus and the Herman Strategier Foundation worked on a new edition of the score and parts.

Performers on April 11: Simone Riksman, Noa Frenkel, Gerben Houba, Robbert Muuse, Hans van Hecthen and Conductor Frank de Groot.

More info about the concert in Wassenaar

More info about the Accordeon Konzert in Münster

Herman Strategier at Donemus

Donemus proudly presents Olivier Greif

Donemus and the board of the Olivier Greif Association are proud to announce their new and exciting collaboration for an extensive amount of works by Olivier Greif (1950-2000), resulting from three years’ work by engraver, Anne-Elise Thouvenin….   

Thus, an important number of vocal works from the youth period such as Saltimbanques and Chanson de Gaspard Hauser but also from the latest period like the Three settings of Musset, are to be published soon.
Will also come out, some of the chamber music repertoire as well with the opuses 301, The Tailor of Gloucester and 320, Ritournelle for wind quintet, just to name a few.
Among them, the Danse des Araucans op.89, freshly created by the Olivier Greif Ensemble, to discover here:

The Olivier Greif Ensemble founded four years ago by Anne-Elise Thouvenin and based in The Netherlands, works as ambassador of Olivier Greif’s music, discrete but fascinating French composer of late twentieth century. A composer whose music seems to be made for the listener to get lost in the detail of works that look like deliberately heterogeneous mosaics, constantly nourished of references. According to Anne-Elise, whatever the score by which one reaches the world of Olivier Greif, the effect produced by his music is always the same: one wants to know more about the man and his work, in a straight line of Britten and Shostakovich.Together with her colleagues, Victoria Dmitrieva and Jesus Jiménez, they not only perform his trio and sonatas – today recognized as Masterpieces – but they’re also engaged to create and record the other works of this very large catalogue (around 300 opuses).

Webpage at Donemus

Website

Works