News

Kate Moore – Vivid: Lux Aeterna

On April 6th and 7th, the Willoughby Symphony Orchestra will perform ‘Vivid: Lux Aeterna’, written by Kate Moore. It is the world premiere of the new version of her Requiem that was performed at November Music 2018 in Den Bosch…   

In their second concert, ETERNITY, Willoughby Symphony Orchestra’s composer-in-residence for 2019, the internationally celebrated Australian composer Kate Moore presents a major new work that celebrates the vividness of life at the time of revelation, inspired by the visceral images of the painter.

The work is in three movements outlining three states of seeing and is based on the revelation of Saint John and the vision of Saint Lucy, Saint Francis and Saint Clare.

More info about the concert

Vivid: Lux Aeterna at Donemus

Enjoy the interview with Kate Moore for the original Requiem:

Bas Wiegers conducts Torstensson’s ‘Self-portrait with percussion’

On April 8th, Klangforum Wien will perform ‘Self-portrait with percussion’ of Klas Torstensson. Bas Wiegers will be the conductor at this concert at Vienna, Wiener Konzerthaus, Mozart-Saal…   

Self-portrait with percussion (Lantern Lectures, Volume V) for solo percussion and large ensemble (2006)

Commissioned by and dedicated to Peppie Wiersma and the Asko Ensemble, Amsterdam.
Composed with financial support by the Fonds voor de Scheppende Toonkunst, Amsterdam.

As the composer Edgar Varèse stated already in 1930: ‘notre temps est percutant’ ‘our time is percussive’). For a composer who grew up in the fiftees and sixtees of the last century, Torstensson’s childhood was indeed extremely percussive:
The Beatles, Rolling Stones, Frank Zappa with his ‘Mother of Inventions’, later on Varèse, Xenakis…
In Self-portrait with percussion, he deals with percussion in many of its manifestations in his life.

I. Procession I
The marimbas and the keyboards toss the repeated chords between the four of them, accompanying the lofty melody-line of the woodwind.

II. Aquarelle
Wet-on-Wet: adding paint to a wet layer of paint produces a soft, diffused look as the colours mix.
The vibraphone provides rhythmical relief to this fleeting haze.

III. Woodpecker
The chant of the woodpecker is undergoing a cross-fertilization with unpredictable, statistical distributions of wooden splinters.
In the ensemble, we can hear (imitations of ) orchestra hits as provided by every General Midi Module-manufacturer.

IV. Procession II
Tossing chords… Lofty melodies… (Once again ending in a stroke on the reception-bell.)

V. Almglocken
As if Anton Webern, on the evening of September 15, 1945, would have gone out to smoke a cigar on the veranda of the house in Mittersill (Haus Markt 101), while listening to the distant Almglocken (cowbells)
of the herd of his late neighbour, the famous composer Gustav Mahler.

VI. Kretsande (revolving)
(Kretsande is the Swedish word for revolving.) In this short part, the ensemble operates as one strong collective: steeple-chase with all nineteen musicians side by side?

VII. Bowed vowels
Bowed, sweaped, shoved percussion instruments. The (bowed) strings imitate the vowels of human speech sounds.

VIII. Procession III
Tossing… Lofty…

IX. Pulse
Pulse! (repeat, repeat…)

More info about the concert

Klas Torstensson at Donemus

Self-portrait with percussion at the Donemus webshop

Martijn Padding – Triple Concertino

Scintillating, vivid, witty, awe-inspiring: Mozart is all of those – sometimes even at the same moment. His Fifth Violin Concerto moves effortlessly from heavenly melody to feverish dance. ‘No composer has found such a superb balance between the vulgar and the profound,’ says Martijn Padding about Mozart. ‘That appeals to me a lot.’ And that is easy to hear: his Triple Concerto overflows with Mozartian joie de vivre. The composition of the Triple Concerto is supported by the Performing Arts Fund NL…   

Martijn Padding:

De muziekgeschiedenis kent een enorme hoeveelheid fantastische soloconcerten die al zo’n kleine tweehonderd jaar eigenlijk nooit ontbreken op reguliere symfonische concert programma’s.
Een solo concert is dan ook een hele mooie vorm waarin de dialoog tussen solist en groep en de dramatische mogelijkheden die dat biedt muzikaal optimaal benut kunnen worden. W.A. Mozart begreep dat als geen ander voor hem en ontwikkelde de ruimte voor de solist in zijn werken om diens technische vaardigheden en zijn/haar bijzondere muzikaliteit te kunnen etaleren. Die ruimte werd daarna via Beethoven eigenlijk alleen maar groter tot in de romantiek toe waar de solist in een solo concert bijna een heroïsche rol krijgt toebedeeld en niet alleen met het orkest speelt maar soms ook een verwoede strijd tegen het orkest levert.
Mozart is voor mij een van de grote inspiratoren. Niet alleen omdat solist en orkest altijd dicht bij elkaar blijven en hele snelle terzake interacties hebben, maar ook omdat de muziek plots kan omslaan en iets dat eerst vederlicht was of bijna vulgair plotseling heel dramatisch wordt. Het is listige en ambigue muziek.

Binnen die grote groep van concerten zijn er ook een behoorlijk aantal geschreven voor twee solisten (dubbelconcert) en toch nog veel meer dan je denkt voor drie solisten (tripleconcert). Maar voor zover ik weet is er nog nooit een tripleconcert geschreven voor de bezetting die U vandaag te horen krijgt nl. voor althobo, basklarinet, contrafagot en orkest. Hoewel ik een groot liefhebber ben van het schrijven van concerten voor underdogs (bv harmonium, mandoline, basfluit en het komend jaar voor clavichord en ensemble) had ik deze bezetting echt niet zelf kunnen bedenken. Die eer gaat naar Floris Don de artistiek leider van het Rotterdams Philharmonisch Orkest die mij daarmee overviel.

Behalve die ongebruikelijke combinatie had hij nog een ander plan want zijn bedoeling was om de solopartijen niet door gebruikelijke solisten te laten spelen die daarvoor de wereld rondreizen, maar door musici uit het orkest.
En dat is een schitterend plan want wij als publiek realiseren ons soms helemaal niet wat voor geweldige musici deel uit maken van zo’n geoliede machine als een symfonie orkest. Heel veel musici uit het orkest zijn gewend afhankelijk van het repertoire slechts sporadisch in actie te komen. De paukenist in sommige Mozart symfonieën is daarvan een goed voorbeeld. Die speelt af en toe maar staat ook heel vaak alleen maar te luisteren.
Floris’ idee om nu juist een concert te maken voor een groep van instrumenten die in het orkestrepertoire weliswaar prachtige partijen hebben maar toch dienend zijn vond ik direct meesterlijk.

Eerst moest ik een dramaturgisch probleem oplossen. Een situatie waarbij er drie solostemmen zijn die met elkaar muzikaal in gesprek zijn en daarna ook nog eens met het orkest, vraagt om een structuur waarin ruimte en tijd is om die karakters te ontwikkelen. Aangezien de totale lengte van het stuk niet de lengte van bv. een Brahms pianoconcert zou moeten krijgen maar aanzienlijk korter (vandaar Concertino) lag de oplossing voor de hand. Het solistentrio wordt in dit geval niet uit elkaar gespeeld. Zij opereren bijna nonstop als één instrument zonder enige hiërarchie. Wel kennen ze een muzikale rolverdeling die te maken heeft met de natuur en de omvang van de instrumenten. Samen ontwikkelen ze één karakter en als trio zijn zij steeds met elkaar in dialoog met het orkest. In die zin heeft het concertino ook wel wat weg van een Concerto Grosso uit de barokperiode.

Het stuk kent drie delen:

1: First Mouvement

2: Quiet and simple

3: Polka Swing

De buitendelen zijn beweeglijk en snel. In het eerste deel komen steeds dezelfde ritmische en melodische motieven terug. Het muzikale materiaal wordt vanuit het trio overgenomen door het orkest en schiet daar door alle groepen heen. Het tempo van de interrupties van het trio door het orkest en andersom ligt net zoals in het laatste deel hoog. Het trio gaat er soms in sneltreinvaart vandoor maar wordt dan direct ingehaald door het orkest. Het eerste deel eindigt met een passage waarin alle musici één beweging maken. Het tweede deel is een zachte sobere aria voor het trio dat sporadisch door het orkest wordt begeleidt of geëchood. In sfeer het tegenovergestelde van het extraverte van de buitendelen. In de coupletten van het trio is de schrijfwijze polyfoon en puur melodisch en niet gericht op specifieke beweging. Dat verandert tegen het einde wanneer contrafagot en basklarinet in een manke groove terechtkomen en zo de althobo naar het pauvere einde begeleiden. Het laatste deel is een presto dat zich niet zoals in het eerste deel motivisch ontwikkeld maar veel meer een handje vol muzikale beweringen die op steeds andere wijze aan elkaar zijn gekoppeld. Het deel ontleent zijn naam aan de opgefokt dans achtige opening, een te snelle polka van het trio dat meerdere malen in variaties te horen valt.
Triple Concertino kent geen lange trio cadensen waarin het orkest tot stilte wordt gemaand maar wel korte felle breaks van de solisten die onderdeel uitmaken van de doorlopende muzikale stroom.

Martijn Padding

Info about the concerts

Vladimir Martynov – Pastiche

Russian minimal music composer-conceptualist Vladimir Martynov will be a guest of the prestigious Minimal Music Festival in Amsterdam. Specially therefore he wrote ‘Pastiche’ for piano and orchestra which is dedicated to the Dutch pianist Ralph van Raat…   

The premiere will take place in April 4 in Amsterdam at Minimal Music festival, also on April 5th in Groningen en on April 6 in Rotterdam – by Ralph van Raat and Noord Nederlands Orkest with conductor Hans Leenders.
On April 2 there will be a public rehearsal where one gets an opportunity to see how the Vladimir Martynov and pianist work in the score and to meet both.
Read the article (Dutch) by Thea Derks
Listen to ‘The Beatitudes‘ by Kronos Quartet

Kate Moore – Space Junk

Kate Moore’s latest work ‘Space Junk’ receives its world première this evening and also kicks off the 2019 Minimal Music Festival. The socially engaged Moore composed it especially for Asko|Schönberg…   

The work is many things at the same time: an oppressive harmony of spheres, but also the musical expression of an environmental disaster and a riveting sci-fi tale told with graphic, innovative techniques.
Kate Moore, who features as Muziekgebouw’s ‘soulmate’ this season in its special concert series, drew inspiration from the interactive 3D-model that charts debris discarded by humans in outer space. The environmental impact of all this debris is vast. For Space Junk Kate Moore will team up with her father the physicist Chris Moore in order to draw attention to the problem of space junk.

Besides Space Junk we hear two earlier ensemble works by Moore, which are likewise about time, the cosmos and transcendence. The work is part of Kate Moore’s investigation into the materiality of sound – in this case it requires instruments made of water and porcelain.

Concerts on Wednesday, 3 April 2019 / Minimal Music Festival / Amsterdam / Muziekgebouw aan ’t IJ
Thursday, 4 April 2019 / Utrecht / TivoliVredenburg
Friday, 19 July 2019 / ’s Graveland/Wonderfeel

Read more….

Kate Moore in the Groene Amsterdammer

The problem of Space Junk:

Bram Van Camp – Traüme

This May, the Flanders Symphony Orchestra gives the world premiere of ‘Träume’ of Bram Van Camp in a concert called ‘Die Rheinische’. As ethereal as mezzo-soprano Christianne Stotijn’s performance of Mahler’s Rückert Lieder, so is the earthiness of Robert Schumann’s Third Symphony: The Rhenish. Less ‘Rhenish’ and German is the music of Antwerp composer Bram Van Camp, who, just like Mahler, found inspiration for his latest work in the poetry…   

Träume (Dreams) was commissioned by the Flanders Symphony Orchestra with Christianne Stotijn, mezzo soprano, to be premiered in combination with Mahler’s Rückertlieder. Although it was Van Camp’s first intention to work with texts by Rückert as well, he soon noticed that Rückert’s most beautiful poems were already geniously set, among others by Mahler.

This song cycle on texts by Rainer Maria Rilke (1875-1926) and Theodor Storm (1817-1888) is composed in one movement, so the composition is experienced as a whole. By placing the poems in this order a narrative entity is created in which the singer usually sings in the first person. The character experiences the last hours of life, floats between dreams and reality and eventually meets death.

The music is composed entirely in function of the expression of this romantic poetry. As a result, the composition is very lyrical, flirts with late romantic gestures and the listener even recognises a solo for English horn, as in Mahler’s Rückertlieder (in Ich bin der Welt abhanden gekommen). The poetry forced Van Camp to write lyrical melodies. The harmony also recalls tonality, but within his own harmonic system, which also allows dissonances.

Vorgefühl (R.M. Rilke)
Aus einer Sturmnacht VI (R.M. Rilke)
Aus einer Sturmnacht VII (R.M. Rilke)
Schlaflos (T. Storm)
Schließe mir die Augen beide (T. Storm)
Traumgekrönt (R.M. Rilke)

More info about the concerts

Träume at the webshop of Donemus

Bram Van Camp at Donemus

Louis Andriessen – Image de Moreau

Still available: The ‘Andriessen Box’. The best gift to celebrate Louis’ 80th birthday!
Ten years ago Donemus, by then part of Music Center the Netherlands, brought great box containing 9 scores of Louis Andriessen selected by himself. These pieces give a representative overview of more than forty years of composing. The front of the box contains Gustave Moreau painting ‘Dalila’. The luxury box is still available at Donemus…   

Pieces are: Image de Moreau, Base, Etude Pour Les Timbres, Trois Pieces, Caecilia’s Contrapunt, Ricercare, Trepidus, Feli-citazione, Blokken.

The basic assumption for Bas Mantel was to design something different to the traditional piano book, something special, retaining its original functionality at the same time. The front of the box, which holds nine piano booklets, represents the Gustave Moreau painting Dalila, this picture being Louis Andriessen’s personal choice.

So as to emphasize graphically the connection between the image and the nine works by Andriessen, Mantel has divided the painting into nine parts, one for each cover. Enlargements of these cuts will stress the details and the figurative symbols in addition to the abstract colour spaces. The composition, the painter’s touch, colour, rhythm and texture of the autonomous images are, so to speak, an interpretation analogous to the piece of music. In an indirect manner, Image de Moreau refers by its choice of cover to the Andriessen work Souvenirs d’enfance, which was also published in a box in 1969.”

More about Bas Mantel

Buy the box

 

 

 

Vanessa Lann wins Buma Award Classical!

On March 11th, Vanessa Lann got the Buma Award Classical during the Buma Awards Event in Hilversum. She was the most successful Dutch classical composer in 2018. Especially her ‘Dancing to an Orange Drummer’ had many performances…   

The title Dancing to an Orange Drummer comes from the expression “moving to the beat of a different drummer.” The piece was inspired by the challenge of moving to a new country (in this case, the Netherlands), and for the composer, this meant feeling, and enjoying, the very different beat and energy of new people, places and customs. Lann uses two contrasting elements that gradually merge: simple melodies in the brass begin the work, against a repeated rhythmic pattern in the other instruments. The two groups do clash with each other, but eventually, the brass instruments take over aspects of the rhythmic pattern, while the others imitate the brass melody. This climaxes in a new unity in orchestral sound by the end of the piece. The original big band version of this work was written in 1993 for the Dutch ensemble De Ereprijs; the version for symphony orchestra was completed on request of the Boston Pops Orchestra on the occasion of their performance in May 2015 in Symphony Hall (Boston, USA).

The work was frequently performed by the Philharmonie Zuidnederland, as part of their youth project Heartbeat with conductor Peter Biloen.

Listen to Dancing to an Orange Drummer, version for ensemble:

Homage to Luc Brewaeys

On March 15, the Spectre Ensemble will bring a Homage to Luc Brewaeys at the Bijloke in Ghent. In December 2015, Luc Brewaeys passed away. He was one the most prominent composers in Flanders and an heir to spectralism. Philippe Hurel dedicated So nah, so fern, that will be premiered in this concert, to his memory. Years before, Brewaeys dedicated his Fêtes à tensions: (les) eaux marchent to his French friend and colleague. This piece contains numerous musical references from Tchaikovski and Debussy to Goeyvaerts, amongst which a meditative repetition of a funeral march. Where does a circle end?   

Fêtes à tensions: (les) eaux marchent” for 20 players was composed in 2012 as a commission from Ensemble Intercontemporain (Paris). They gave the first performance of the work on October 28, 2012 in de Stadsschouwburg (City Theatre) of Leuven during the Transit Festival and the ISCM World Music Days. The EIC was conducted by Jurjen Hempel. The score is dedicated to Brewaeys’ friend and colleague Philippe Hurel.

The title is a play on words. Translated literally, it means ‘Feasts with tensions: (the) waters march’. When reading fast with the omission of the word between brackets (“Faites attention aux marches”) it means ‘Watch your step’. Because of this title, Brewaeys included quotations of and references to march (or march-like) music. The attentive listener will thus recognize fragments by Ives (Three Places in New England, 2nd movement), Tchaikovsky (The Nutcracker, March), Berg (Three Orchestra Pieces, 3rd movement) , Goeyvaerts (Aquarius, introduction), Beethoven (9th & 3rd Symphonies), Varèse (Arcana) and Stravinsky (L’histoire du soldat). Just before the conclusion of the piece he also quotes a bit from Fêtes (from the Nocturnes) by Debussy, after all, the title obliges me to…

The work consists of two more or less interlocked sections followed by a brief coda. The first section is fast and rather nervous whilst the second is very slow and meditative even if one can always feel some tension underneath it. The coda is moderately fast, based on a percussion ostinato. Most of the rather complex harmonies are derived from ring modulated bell sounds, which means that the sounds are enriched with the sums and differences of their distinct frequencies. In the second section combinations of woodwind multiphonics create the harmonic fields.

The whole music has a certain atmosphere of obstinacy. This is achieved in the first section with moto perpetuo-like motives in the piano (and sometimes the harp) and vibraphone, a nod to the music of Philippe Hurel, the work’s dedicatee. The second section presents a possibly ‘funeral march-inspired’ meditative repetition. The repeated percussion motive launches the final coda.

Fêtes à tensions: (les) eaux marchent at Donemus

More info

Rick van Veldhuizen – cōnflārī

On Friday, March 8 (Edesche Concertzaal) and Saturday, March 9 (Orgelpark), Doris Hochscheid, Frans van Ruth and Gonny van der Maten will give the premiere of Rick van Veldhuizen ‘cōnflārī’ in their new project ‘Nieuwe Registers’…   

Rick van Veldhuizen and Donemus recently signed a publishing contract. Cōnflārī is his first work published at Donemus. The Royal Concertgebouw Orchestra commissioned him for their prestigious Mahler festival in 2020. On May 16, 2020 they will perform a new work of him along with Mahler IX.

The work cōnflārī, now in March 2019 is written for the combination of cello, piano and organ.

Concert March 8 at the Edesche Concertzaal

Concert March 9 at the Orgelpark

cōnflārī at Donemus