News

The art of Andriessen with Lann, Padding

Sound and stimulation are set to “on” at this new-music series Sunday afternoons at The Appel Room, overlooking Central Park. The series kicks off with “Going Dutch,” a closer look at the rebellious spirit of Louis Andriessen and the composers he mentored, hosted and curated by Nadia Sirota, and featuring Jaap van Zweden conducting Andriessen’s Symphony for Open Strings….   

The New York Philharmonic will present The Art of Andriessen, October 4–14, 2018, celebrating Music Director Jaap van Zweden’s Dutch compatriot Louis Andriessen, the third recipient of The Marie-Josée Kravis Prize for New Music at the New York Philharmonic. The Art of Andriessen will feature the World Premiere of Louis Andriessen’s Agamemnon, commissioned upon his receipt of the Kravis Prize for New Music; Mr. Andriessen’s TAO; music by Mr. Andriessen, his students, and more on the Philharmonic’s two new-music series; the US Premiere of MUTED at National Sawdust; and The Juilliard School’s AXIOM ensemble performing Mr. Andriessen’s De Staat.

The Art of Andriessen will inaugurate the GROW @ Annenberg Sound ON series on October 7, 2018, with “Going Dutch.” The program will highlight the Netherlands new-music scene with music by Dutch composer Louis Andriessen and his former students: Louis Andriessen’s Image de Moreau, Hout, and Symphony for Open Strings, the last conducted by Music Director Jaap van Zweden; Dutch composer MartijnPadding’s Mordants; and the New York Premiere of The Key to the Fourteenth Vision by Vanessa Lann.

More info about the concert

Urban Songs – Klas Torstensson

On October 3rd the DoelenEnsemble with conductor Arie van Beek and with soprano Charlotte Riedijk, will perform three works of Klas Torstensson in De Doelen. Pocket Size Violin Concerto, Sieben mal NEO for septet (Dutch première) and Urban Songs for soprano and large ensemble. At 19.15 Neil Wallace will have a conversation with Klas Torstensson and some musicians…   

As a composer, I feel attracted to writing series – or ‘families’ – of compositions, a method which enables me to concentrate, over a longer period of time, on a specific problem or on a specific definition of a problem. An example is my triptych Licks & Brains for saxophones and ensemble (1987-88). In the case of Urban songs, for soprano, large ensemble and computers, the ‘family’ is small; apart from this piece, the only other ‘family member’ is a composition for soprano solo, Urban solo (also written for Charlotte Riedijk). The traditional Lebanese folksong Abu Zeluf – as sung by the Lebanese singer Dunya Yunis – could perhaps also be considered as a part of this ‘family’; Urban Solo, as well as Urban Songs (first song), were partly inspired by this folksong. The song itself, however, is not quoted; similarities are rather to be found in certain kinds of ornamentation, and in the speech-sounds that are used (stripped of their semantic meaning!). Where the first part (song) could – in spite of the title of the composition – in some ways be called ‘rural’, the second part (song) is definitely ‘urban’ in character. It not only refers to an urban style of music (no one can probably fail to notice which kind of music is meant), but also the ‘montage’-like structure would be unthinkable without modern urban technologies such as the technique of sampling.
(Klas Torstensson)

Read the article (Dutch) by Huib Ramaer
(or download the full program with this article here)

Klas Torstensson is in het Zweedse Nässjö geboren. Zijn muziek leeft volop dankzij ensembles die hem op handen dragen in Zweden, Nederland en andere windstreken. De uitvoeringsgeschiedenis van de door het Doelen Ensemble uitgevoerde stukken getuigt van het internationale succes van zijn muziek. Maarten van Veen zit met de partituren op schoot aan de telefoon. Hij heeft al een aantal repetities gedirigeerd. Het Doelen ensemble is goed voorbereid op de directie door Arie van Beek. ‘Klas was zijn tijd een behoorlijk eind vooruit’, is zijn conclusie. ‘Deze muziek staat als een huis en Urban Songs klinkt ook helemaal niet als typisch jaren negentig.’ Hij schetst hoe Torstensson een grote secunde als een dobbelsteen almaar rond gooit door het ensemble en dankzij een zeer gedetailleerde zetting van allemaal kleine stukjes toch een verhaal weet te maken. ‘Hij zoekt het heel bewust in de klank van elk instrument.’ Kreeg hij nog een erratum van de componist. Bleek Torstensson de puls in een behoorlijk snel crescendo een halve tel te hebben verplaatst. ‘Doe ik het op de repetitie, denk ik: verdomme hij heeft wèl gelijk!’ Geen noot is toevallig, ‘het is groot vakmanschap’. Wat complex klinkt blijkt soepel speelbaar. ‘Het is gewoon heel goed opgeschreven.’ 

Voorjaar 2010 kon je in Amsterdam de première beleven van Torstenssons Vioolconcert voor Jennifer Koh en het Nieuw Ensemble. De compacte kamermuziekversie waar solist Jellantsje de Vries zich hier op werpt is een opdracht van het Zweedse ensemble The peärls before swïne experience, met steun van Rikskonserter in Zweden en het Fonds Podiumkunsten in Nederland. Ruige gestes met glissando’s worden afgezet tegen een lyrisch herkenningsmotief. ‘In de verte doet het denken aan Zweedse volksmuziek, of laat mijn geheugen me in de steek?’, vergroot Torstensson het raadsel. Gestuiter en razendsnel kat en muisspel tussen solist en ensemble, wisselt zich af met wonderschone klankkleuren. Aardse en hemelse sferen, grondige klanken en ijle kwetsbaarheid, het klassiek dualisme lijkt hier tot in alle dimensies te zijn uitgepuurd. Verstilling volgt in het tweede deel, heel 

ruimtelijk, met subtiele verwijzingen naar archaïsche volksmuziek. Het thema is ontleend aan Le dolci parole uit In grosser Sehnsucht waar de sopraan het zingt met schaarse begeleiding van de viool op de losse g-snaar. Het derde deel opent viool solo. Akkoorden en uitbundige streken op open snaren refereren aan dansante fiddle-muziek. In hinkstapsprong herhaalde loopjes grijpen terug naar de opening. Subtiel slagwerk geeft deze vitale finale schwung.

Pocket Violin Concerto is opgedragen aan de Zweeds-Amerikaanse musicus George Kentros, violist in The peärls before swïne experience. 

Drie jaar later ontstond Sieben mal sieben voor het European Ensemble. De tweede versie is aangepast aan de zeven musici van het kamermuziekensemble Norrbotten  NEO dat zich sinds 2007 hard maakt voor nieuwe muziek in Zweden. Het is die versie waarvan het Doelen Ensemble hier de allereerste Nederlandse lezing geeft. De strijkers zijn gebleven. Het coloriet van mandoline en gitaar heeft plaatsgemaakt voor de klanken van piano en slagwerk. Naast klarinetten is er nu ook een breed palet fluiten. De iconische egg shakers zijn verhuisd van gitarist naar percussionist. Werd er in het ad libitum tussenspel in de versie voor het European Ensemble geklopt op mandoline en gitaar, hier klinkt vrije percussie op kast en binnenkant van de concertvleugel en houten of met vel bespannen slagwerk. Structurele kantelpunten zijn de solo’s. De klarinet neemt het voortouw met een fascinerende solo pivoterend rond een trillerfiguur. Een solo voor viool mondt uit in een steeds soepeler swingend betoog met kinky baslicks en speelse levensvreugde. Opwinding slaat om naar verstilling en reflectie. Ragfijn vertakt zich het weefsel en grijpt het ensemble steeds meer in. We horen speels herhaalde beats en loopjes – slank als bebop – leiden schijnbaar argeloos naar het bedrieglijk eenvoudige luchtige slot. 

Als keerpunt in zijn oeuvre ziet Torstensson zijn Expeditionen waarvoor de poolexpeditie van Salomon August Andrée uit 1897 hem het dramatisch materiaal leverde. Deze grootschalige opera van ruim twee uur werd voor het eerst (concertant) uitgevoerd op 12 juni 1999 in het Amsterdams Concertgebouw. Andrée en zijn mannen kozen 11 juli 1897 vanaf de noordelijke eilandengroep Spitsbergen het luchtruim in hun ballon. Ze keerden nimmer terug. Stoffelijke resten werden augustus 1930 aangetroffen op Kvitøya, het meest oostelijke eiland van Spitsbergen. Dagboekaantekeningen liepen door tot 7 oktober 1897. Bij de opa van Klas stonden ze in de boekenkast. Hij verslond het avontuur al toen hij een jaar of tien was. Ruim dertig jaar later stolde de essentie ervan in muziek met The Last Diary voor recitant en groot ensemble uit 1994. Urban Songs voor de sopraan Charlotte Riedijk is een voorloper daarvan. Het was een tijd waarin het spectrum van zijn componeren zich geleidelijk verwijdde. Toelating van tonaliteit bleek cruciaal voor de expressie van emoties. Na instrumentale stukken waarin hij in de jaren tachtig de grenzen van het materiaal zocht in fysieke extremen, luidden vocale verkenningen deze nieuwe fase in. 

Opdrachtgever voor Urban Songs was het IRCAM, de ondergrondse tempel voor nieuwe muziek van Boulez. Enkele maanden verbleef hij in de catacomben. Terwijl zijn buurman esoterisch bezig was via allerlei berekeningen een strijkerspizzicato na te bootsen, zat Torstensson hits van vrouwelijke rapgroepen uit New York te samplen. Kabaal als van een omvallend drumstel. Eerste vrucht was Urban Solo, een solostuk voor sopraan waarvoor hij in Parijs de elektronica ontwierp. Urbans Songs is de latere uitwerking daarvan voor sopraan, groot ensemble en computers. De tegenstelling tussen een ruraal en een urbaan getint deel bepaalt het tweeluik. Hij ontdekte een Libanees volksliedje, Abu Zeluf (vader Zeloef), op een plaat met antropologische veldopname. De melodie en spraakklanken raakten hem onmiddellijk. Het wilde ze uitsluitend gebruiken als klankmateriaal, analyseerde het lied, rangschikte de elementen en plaatste ze in volgorde naar zijn zin. Het eindresultaat was ‘een imitatie van een soort namaaktaal, gebaseerd op een Libanees bergdialect’. De fatwa tegen de schrijver Salman Rushdie na publicatie van diens Duivelsverzen vers in het geheugen, wilde hij checken of er niet per abuis iets blasfemisch in doorklonk. In een Libanees restaurant in de Amsterdamse Pijp droeg hij het voor. ‘Ze snapte er niks van, toen dacht ik: nou dan zit ik goed.’ 

Het summum van software en computertechnologie op het IRCAM heette destijds MAX. De handleiding maande de grenzen van het programma op te zoeken. De aansporing bevatte poëtische wendingen als ‘Hit the limits of the usual.’ Ideaal materiaal voor het urbane deel. Nog beter: kreten en tekstflarden uit hits van vrouwelijke rapgroepen, rond 1990 populair in New York. De rapgroepen van die tijd namen graag flarden mee van bekende nummers, James Brown, Kate Bush of Michael Jackson. ‘Toen dacht ik, zou het niet conceptueel interessant zijn die rapgroepen op hun beurt te bestelen?’ Een intro van The Beatles bleek te zijn gebruikt voor een rap. Hij besloot het te samplen, de kickdrum en de snaredrum te ontleden en er vervolgens in het IRCAM weer een geheel van te smeden. Het werd de intro van het tweede deel. Charlotte Riedijk gaf op 25 februari 1993 de vuurdoop in het Centre Pompidou met het Ensemble Intercontemporain onder leiding van David Robertson. Het dankbare stuk bleef er nog lang op de lessenaars staan en werd snel opgepikt door andere ensembles.
(Huib Ramaer)

More info about the concert

Urban Songs at Donemus

Calliope Tsoupaki – Salto di Saffo

To depict the sea, Greek-Dutch composer Calliope Tsoupaki will evoke the same forces that Debussy did with his La mer, but adding recorder and panflute to the orchestra. This commission Tsoupaki has got from famous concert sereis ZaterdagMatinee. ‘Salto di Saffo’ will get its world premiere on October 6th by the Radio Philharmonics Orchestra under Markus Stenz with as soloists Erik Bosgraaf, recorder, and Matthijs Koene, panpipe…   

“I identify with the sea”, Calliope Tsoupaki said in the Trouw newspaper last summer. In the same interview, the Greek-Dutch composer tells journalist Frederike Berntsen that her first memories of the sea go back to her baby years. Tsoupaki saw the light of day in Piraeus, the port of Athens. The former composition student of Louis Andriessen has lived in the Netherlands for thirty years, but both her oeuvre and her personal life are dominated by her Greek identity. Just like in her extensive oratorio Oidípous (2014) she takes a story from Greek antiquity as her starting point in her brand-new composition Salto di Saffo. This time it is poet Sappho, who according to a legend in the Ionian Sea would have deposited on the southern tip of the island of Lefkas. Her ill-fated leap (‘salto’ in Italian) from a rock would be motivated by heartbreak: her love for the young ferryman Phaon was not answered.
Calliope Tsoupaki has an autobiographical link with the rock in question at Cape Lefkatas: “As a young person in my twenties, I sailed along on the ship that brought me to the Netherlands for the first time. As a young composer, I wanted to show my work to Louis Andriessen, in the hope of being able to study with him. It was at night. Everything was dark, I only saw the lighthouse. I liked to mirror Sappho, I thought of everything I left behind and had to cry hard. Salto di Saffo is in this respect one of my musical self-portraits, just like Sappho’s Tears- then already – from 1990 and Medea from 1996. Incidentally, the title Salto di Saffo in does not refer to the jump itself, but to the place where it happened. The name sounds much better in Italian than in Greek. Moreover, Italy is on the other side of the Ionian Sea. ”

Salto di Saffo, a commission from the ZaterdagMatinee, is a double concerto for alto recorder and panpipe. That this last instrument, at least in its European version, dates from ancient Greece, is nicely included. It is the second time in a short time that Tsoupaki has put two wind instruments into dialogue with an orchestra. At the recent Holland Festival, the Syrian clarinettist Kinan Azmeh and jazz trumpet player Eric Vloeimans held the partly improvisational Tragouditen baptism, together with the Metropole Orkest. Sounded Tragoud mainly melancholic and introverted, in Salto di Saffo contrasts and fighting spirit are prominently present. The composition is based on antiphony, a principle of question and answer. Motifs travel from orchestra to soloists and back, or alternately sound with the alto recorder and panpipes. The soloists occasionally use micro-intervals to express the tone expressively.
Most musical lines are made up of long notes, in the spirit of the cantus firmus of the Middle Ages and of Byzantine church music, which is a permanent source of inspiration for Tsoupaki. In addition to these long melodies, there are also fast note waves in the orchestra, which the composer calls ‘harmonic clouds’. For her, Salto di Saffo in is technically a daring piece: “I did a long time for my doing, because I was looking for a new method to color the melody with other sounds. If all goes well, as a listener you experience contrasts between the different layers, but at the same time, you feel that everything is made of the same material. With a visual metaphor, you can say that one eye looks at slow-moving film images, while your other eye sees that the time is fast, forward and backward. Maybe a bit schizophrenic, but I think that fits in with the evocative power of the subject. ”

More info about the concert

Tsoupaki’s page at Donemus

Salto di Saffo at the Donemus webshop

 

Alexey Retinsky – DUDA; premiere by the Keuris Quartet

The Keuris Quartet met composer Alexey Retinsky during the Gaudeamus Music Week 2017. The quartet selected him from an ‘open call’ for new works and worked with him on first sketches for new pieces. This collaboration proved to be so fruitful that they decided to write to premiere this finalized work during the Gaudeamus Muziekweek 2018….   

“When I was writing the piece “DUDA” the leading light for me were images of dance mysteries, accompanied by some ritual wind instruments. Although the name itself indicates a particular wind instrument from the bagpipe family, but here we are talking about a very architectonic principle of sound production on wind instruments in a broader sense. Namely, about inhaling and exhaling, as one of the formative principles of life. This same principle of inspiration and exhalation can be observed itself in the dramaturgy of the piece, where there are both broad dynamic waves with a rise or fall, and intermittent subito, sharply escapist musical narrative in unexpected directions.

The entire harmonic structure is built on the natural overtone scale, which sprouts from various tonal centres. Metaphorically you can imagine a bird, which is flying from branch to branch and looking for a suitable place for the nest. At each point of the link, she begins to build her new spectral house, but apparently, the windy weather prevents her from going too far. And only at the very end, several times passing through all 11 tones, she reaches the missing 12th (note B), which gives her the ultimate refuge. At this moment, in the full sense of the word, the acquisition takes place, where all the fragmented elements are assembled into a single building.”

More info about the concert

The Wall Symphony of Douwe Eisenga

On September 8, 13 and October 13 the Wall Symphony of Douwe Eisenga will be performed by ‘Het Zeeuws Orkest’. Be there at one of the concerts in Sas van Gent, Vlissingen or Goes. Conductor will be Ivan Meylemans…   

The Dutch composer Douwe Eisenga has written his first symphony inspired by the epic album The Wall from Pink Floyd. Het Zeeuws Orkest, which operates at full strength, guarantees an overwhelming premiere.
The Wall Symphony is vintage Eisenga with his unique, hypnotizing mix of Rock, Minimal and Baroque. The Wall Symphony alternates compelling meditative parts with overwhelming rhythmic walls of sound.

September 8
Industrieel Museum – Sas van Gent (during Festival Zeeuwsch Vlaanderen)

September 13
Sint Jacobskerk – Vlissingen (during Film by the Sea)

Oktober 13
De Mythe – Goes

More info about the concerts

Otto Tausk making his debut with Edward Top

After a three-year long search, the Vancouver Symphony Orchestra has found its new maestro.

The symphony has named conductor Otto Tausk as its new music director. Tausk started his new position on July 1, 2018 after current maestro Bramwell Tovey concludes his tenure in June 2018. The Dutch Otto Tausk has appeared with the Los Angeles Philharmonic’s ‘Green Umbrella’ Series, Concertgebouw Orchestra, Rotterdam Philharmonic, Danish National Symphony Orchestra, and the BBC radio orchestra…  

Maestro Otto Tausk makes his series debut as VSO Music Director, in a high-energy concert that features a number of Dutch connections: superstar pianist brothers, Lucas and Arthur Jussen; Dutch Canadian composer Edward Top; and Maestro Tausk himself. Not to mention one of the most exciting and captivating pieces of music ever written, the rarely performed complete version of Stravinsky’s Firebird.

More info about the concert

Willem Jeths – Recorder Concerto at the Capetown Philharmonic

Stefan Temmingh will be the soloist at the performance of Willem Jeths – Recorder Concerto with the Cape Town Philharmonic Orchestra on August 30. Stefan is one of the internationally leading soloists in his field. Born in Cape Town, he now lives in Munich. Stefan Temmingh is setting new standards for his instrument, creating a new recorder tradition and crossing the boundaries of repertoire and sound…   

The Recorder Concerto was premiered by Erik Bosgraaf and performed at the ZaterdagMatinee in de Concertgebouw

My Recorder Concerto which I especially composed for Erik Bosgraaf has become one of my most personal and biographical works and has an enormous emotional impact.” (Willem Jeths)

Willem Jeths associates the recorder with both innocence and beauty. He relates the tension between the vulnerable recorder and the grand orchestra to his memories as a young child finding his way in a hostile environment, misunderstood by his father. The role of memory in the piece is implicit in the choice of instrument for the solo part. In a ‘pre-tape-recorder’ era, the musical instrument, the recorder, was the common way to remember tunes. Willem takes this century-old tradition of the recorder as a ‘remembering instrument’ to a new level using it as a magical time machine to enter childhood once more. This is both a nostalgic, as well as an uncomfortable, expedition. For Willem, and for so many other people, the recorder is the subject of a classical love/hate relationship. Thus the piece starts off with dramatic blasts in the orchestra followed by high and piercing solos in the highest register of the instrument. Later on he accompanies the recorder in its softest registers with glass harmonica and celesta.

 

More info about the concert

World premiere ‘Seven Manieren van Minne’ – Kris Oelbrandt

Composer and monk Kris Oelbrandt osco wrote a one hour during chamber oratoria on lyrics of Beatrijs van Nazareth. The world premiere will be on August 28th, exactly 750 years after her death in 1268 at the same monastery of Brecht that rarely opens its doors…   

Beatrice van Nazareth, a Cistercian nun of the 13th-century Flemish abbey Our Lady of Nazareth, wrote the “Seven Manieren van Minne” (Seven Ways of Love), an intriguing and mystical text, carefully composed and full of new ideas. She distinguishes seven feelings in her love to God: desire, rest, heartache, joy, storm, peace and union. It is a unique text in the history of mysticism because of its clarity.

Kris Oelbrandt, who lives at the abbey of ‘Koningshoeven’, composed music on these lyrics. The work is written for mezzo-soprano, violin and harp. The performers are Els Mondelaers, Johan Olof and Liesbeth Vreeburg.

“Met aandrang verlangt zij dit van God en met heel haar hart verzoekt zij God hierom. Dit moet zij zeer begeren, want de minne laat haar niet tot rust of op verhaal komen. De minne verheft haar en drukt haar neer, stelt haar plotseling op de proef en kwelt haar weer. Ze brengt de dood en geeft het leven, ze maakt gezond, en verwondt opnieuw. Ze maakt haar dwaas en dan weer verstandig.

More about Beatrijs van Nazareth

An English translation of the texts

Score of the composition of Kris Oelbrandt

 

Launching DisOrders with Petra Strahovnik

With the support of Fonds Podiumkunsten, Ensemble Modelo62 and Petra Strahovnik will work together over two years to create a number of works that enhance Petra’s abilities to combine different art forms with music. The entire trajectory revolves around the theme ‘mental health conditions’ (such as ADHD, autism, borderline personality disorder), to which Petra has a deep personal connection. The choice for this theme is double-sided: On one hand it allows Petra to explore the combination of performance art, video, and music in order to vividly bring out what lies inside of the people that have these mental conditions. On the other hand, it allows something that is vital to her: to act as a social activist by raising social awareness about these conditions…   

‘…as a society, we need to break through the fear and misconceptions about mental health conditions. Personally, I think that the topic is still a taboo and consequently the way that we deal with these conditions in general excludes the people suffering from one. I struggled with depression for 10 years and this has inspired me to compose about it.’   Petra

The first presentation of the project, before the works Petra Strahovnik will produce, takes place on September 1st 19:00 at Tarwekamp 3 in The Hague.

The project kicks-off with an intensive performance art workshop by Jürgen Fritz, where the members of the ensemble, partners of the project, and Petra, will look for their performative state and break through their own limits. The ensemble opens its doors to the workshop room to present a three-hour performance based on the workshop experience. It is not a piece by Petra, but rather a chance to peek into the working mode and the potential of the collaboration between her and the group.

Please join Modelo62 for this performance, it’s completely free; from 19:00 to 22:00.
You can come in the middle, come in and out, stay for the whole time.

September 1st 19:00 at Tarwekamp 3 in The Hague

Read more…

World premiere Klas Torstensson – und eine Springflut…

As a twenty-three-year-old composer, Klas Torstensson wrote a work for solo string quartet and large string orchestra, entitled ‘… and a Springflut überschwemmt den stillen Horizont …’. The title was a quote from the poem ‘Pierrot Lunaire’ by Albert Giraud, as used by Arnold Schönberg in his pioneering work from 1912…   

Klas Torstensson’s work for string quartet and large string orchestra ‘und eine Springflut überschwemmt den stillen Horizont…’, an attempt at musical historiography, was performed for the first time in the summer of 1974 at the Ung Nordisk Musik Festival in Framnäs (Sweden). Played by young musicians from the Scandinavian countries, the conductor was Sigfrid Naumann, and it sounded great!

Since then, his musical ideals has changed considerably, and he even withdrew the piece from his (Swedish) publisher. But the memories of the piece from his Sturm und Drang years remained, and when he received a request a few years ago to write a work for string ensemble, he saw his chance to return to the piece.

In his attempt to realize this highly compressed historiography, Klas brought together a number of musical styles: the late romanticism of around 1900 (think of Strauss or Mahler), music of the “Second Viennese School” (Schoenberg, Berg, Webern) and music from after the Second World War (Penderecki, Stockhausen). ‘Styles’ – but no literal quotes.

So in the current chamber music version, ‘und eine Springflut’, the core of the piece has remained the same, but the effect is new. The present piece was built on the rubble of the original. No desecration, but restoration …

This ‘und eine Springflut…’ will be performed by Camerata Nordica on September 15 (world premiere), 16 and 17.

More info about the concert

und eine Springflut… in the webshop

More about Klas Torstensson