Jaap van Zweden conducts world premiere Willem Jeths!

Geplaatst op

The Radio Filharmonisch Orkest will bring the world premiere of Willem Jeths – The Tell-Tale Heart at the Zaterdagmatinee, on April 14 at the Concertgebouw in Amsterdam. After his first opera Hôtel de Pékin (2008) Willem Jeths now writes a monodrama based on Edgar Allan Poe’s short story The Tell-Tale Heart (‘The Treacherous Heart’). A woman kills a man because she is disgusted by his pale blue vulture eye. Her guilt will be fatal. The visual and almost cinematic qualities of Poe’s literature are Jeths’ source of inspiration. It becomes a mini-opera full of suspense. Conductor: Jaap van Zweden; Soprano: Juliane Banse…   

Dutch text by Kasper van Kooten

Used with permission

Jeths schreef zijn opera op verzoek van de NTR ZaterdagMatinee als een companion piece bij Bartoks Hertog Blauwbaards burcht, met het doel de twee werken na elkaar uit te voeren. Hoe interessant het maken van zo’n pendant in thematisch en dramaturgisch opzicht ook is, het kostte enige tijd voordat Jeths op dit bijzondere verhaal stuitte. In zijn zoektocht door de wereldliteratuur zocht hij vooral naar geschikte monodrama’s. Monodrama’s zijn relatief korte stukken met slechts één (hoofd)karakter, en waarin in veel gevallen de wereld op een uiterst individuele, vaak onconventionele manier wordt waargenomen. Uiteindelijk kwam Jeths The Tell-Tale Heart (1843) op het spoor, een kort griezelverhaal van de negentiende-eeuwse Amerikaanse schrijver Edgar Allan Poe. In pakweg tweeduizend woorden schetst de verteller van dit verhaal in detail een door hem gepleegde moord, maar achter zijn beschrijving gaat een duistere, raadselachtige wereld schuil. De niet bij naam genoemde hoofdpersoon legt uit waarom en hoe hij de oude man die in zijn huis woonde na nachtenlange bespiedingen om het leven heeft gebracht. Hij heeft het lichaam verborgen, waarna drie politieagenten het huis komen onderzoeken. De verteller slaagt er lange tijd in de politie ervan te overtuigen dat er niets aan de hand is, totdat hij het hart van de overleden man weer hoort kloppen. Het kloppen wordt steeds luider, zo luid dat hij zich niet kan voorstellen dat de politieagenten het niet horen en uiteindelijk de moord bekent.

De context waarin het verhaal verteld wordt, blijft onduidelijk. Het zou een verhoor met een politieagent kunnen zijn, of een consult bij een psychiater. Ook de relatie tussen de verteller en de oude man blijft in het ongewisse. Vader en zoon? Heer en bediende? Zijn het misschien zelfs geliefden? De lezer komt het niet te weten. Bovendien blijft het motief van de moord wonderlijk. Haat of hebzucht hebben volgens de verteller geen rol gespeeld. Hij is bovenal geobsedeerd door het ‘gierenoog’ van de oude man, een met een vlies overdekt, angstaanjagend oog. In het verhaal staan deze obsessie en de duistere innerlijke belevingswereld van de verteller centraal, waardoor The Tell-Tale Heart bij uitstek een ‘monologue intérieur’ vormt.

Het verraderlijke hart

Teneinde deze innerlijke monoloog te vertalen naar een pakkende opera riep Jeths de hulp in van librettist Carel Alphenaar, wiens grote affiniteit met het werk van Poe blijkt uit zijn eerdere vertaling van The Raven (De raaf). Samen creëerden ze een libretto waarin het merendeel van Poe’s tekst letterlijk terugkeert. De belangrijkste wijziging ten opzichte van het origineel was Jeths’ besluit voor een vrouwelijke verteller te kiezen. Termen als ‘madman’ moesten daarom vervangen door het meer met vrouwelijke waanzin verbonden ‘lunatic’. De belangrijkste reden voor deze keuze is Jeths’ voorliefde voor de vrouwelijke stem. Tegelijkertijd werden de overeenkomsten met Bartóks Blauwbaard daarmee groter. Beide verhalen gaan nu over de confrontatie tussen een vrouw en een oudere man in een donkere ruimte, waarin de vrouw probeert meer over de man te weten te komen, licht in de duisternis te brengen, en dat met fatale gevolgen. In beide werken koestert de vrouw een opmerkelijke fascinatie voor deze angstaanjagende man. Toch ziet Jeths zijn stuk in veel opzichten ook als een omgekeerde variant van Bartóks opera. Hier is de vrouw immers de moordenaar en speelt de handeling zich af in één enkele ruimte, in plaats van de zeven verschillende kamers in Blauwbaards burcht.

De naam van de opera roept associaties met ‘vertellen’ op, maar ‘tell-tale’ betekent ‘verraderlijk’. ‘Het verraderlijke hart’ verwijst allereerst naar het hart van de oude man, dat geleidelijk een obsessie wordt voor de vrouw, iets dat haar zelfs na de moord blijft achtervolgen. Anderzijds lijkt het kloppende hart vooral een projectie van haar eigen angst en opwinding. Het is uiteindelijk haar eigen hart, haar eigen passie, die haar verraadt. Hetzelfde geldt voor haar verlangen de luisteraar ervan te overtuigen dat ze niet gek is, ervan te overtuigen dat haar daad in feite weloverwogen en logisch was. Enkele keren stapt ze kortstondig uit het verhaal om zich direct tot de toehoorder te richten, waarbij ze steevast zegt: ‘jullie denken vast dit, maar dat is niet zo. Ik ben niet gek, maar overgevoelig. Ik heb het niet in een opwelling gedaan, maar heel bewust!’ Juist door haar daad telkens te motiveren, door te onderbouwen waarom het geen krankzinnige stap was, benadrukt ze haar gekte, bekent ze haar schuld.

In stukken onder de grond

Gaandeweg dalen we dieper af in de krochten van haar ziel. Jeths’ muziek geeft uitdrukking aan de wisselende gemoedstoestanden van de vertelster, haar duistere en tedere momenten, het samengaan van opwinding en berekening, en uiteindelijk de toenemende gelaagdheid, de intensivering. Jeths kiest daarbij voor klanken met een veelal laatromantisch karakter, geïnspireerd door bijvoorbeeld Debussy en Bartók.

Een nachtelijk motief, teder en tegelijkertijd onheilspellend, klinkt in de openingsmaten; het is verbonden met de gevoelswereld van de vertelster. Een weinig later volgt een repeterend motief in een laag register: het is het kloppen van het verraderlijke hart. Wanneer de vertelster het woord ‘mad’, of over het oog van de oude man zingt, wordt de melodie steevast gekenmerkt door barokachtige fioritura’s, geornamenteerde melo­dieën die haar obsessie uitdrukken. Naarmate het verhaal vordert en opwinding bij de vrouw toeneemt, worden deze fioritura’s uitgebreider.

In zijn muziek bouwt Jeths de spanning op verschillende manieren op. Tijdens het bespieden van de oude man – voordat de vrouw toeslaat – klinkt de muziek bijna idyllisch, maar daaronder bevindt zich een laag van kille, meedogenloze berekening, die steeds intenser wordt. Vóór de fatale slag is de muziek korte tijd ambigu, wanneer de vrouw zowel de doodsangst van de man als haar eigen gevoelens bezingt. Omdat ze weet hoe het is om in doodsangst te verkeren, om af te moeten wachten, begrijpt ze de emoties van de inmiddels wakker geworden, doodsbange oude man in bed. Zij heeft zelf immers zeven lange nachten eindeloos moeten afwachten en dus uren en uren met haar moordzucht moeten kampen; iets dat onmenselijk moet zijn geweest. De relatieve harmonie tussen beiden maakt vlak voor de moord plaats voor een chromatische explosie, en de muziek blijft zeer opgewonden wanneer de vrouw het lijk in stukken zaagt en onder de vloer verstopt. Met het verbergen van het lijk, bij het ochtendgloren, klinkt de muziek plotseling opgeklaard, opgelucht en hoopvol. Maar vanaf het moment waarop de hartslag in het orkest terugkeert, wordt duidelijk hoe bedrieglijk die opluchting is. Uiteindelijk keert de muziek terug naar de sfeer van het begin. Het onderstreept hoezeer de vrouw gevangen zit in haar eigen, fatale obsessie.

 

Info about the concert
Willem Jeths at Donemus
Preview the score….